Zorgbeleid

Zorgvisie

Zit je met een probleem? Heb je last van faalangst? Ondervind je hinder van een leerstoornis (dyslexie, ADHD, …)? Heb je hulp nodig bij het studeren? Heb je nood aan een luisterend oor? Het welbevinden van onze leerlingen staat centraal. Wie zich goed voelt in de klas en op school kan zich immers optimaal ontplooien. En dat vinden wij belangrijk. De eerste zorg wordt geboden door de leerkrachten op de klasvloer. Zij begeleiden het leerproces van onze leerlingen en hebben oog voor de jongere achter dit leerproces. Leerkrachten zijn voor de leerlingen het eerste aanspreekpunt. De klastitularissen zijn hierbij de sleutelfiguren tussen leerlingen, vakleerkrachten en leerlingenbegeleiding.

Naast de studiebegeleiding voorziet de school ook in een zorgbeleid. De zorg betreft de socio-emotionele begeleiding en de ondersteuning van leerlingen met leerstoornissen.

Er is een zeer nauwe samenwerking tussen de directie, het CLB en de leerlingenbegeleiding. Er is regelmatig overleg in de cel leerlingenbegeleiding, daar wisselen we informatie uit en zoeken we samen naar een gepaste opvolging van onze leerlingen. We kunnen niet altijd al jouw problemen oplossen, … maar we zullen luisteren en samen met jou een stukje op weg gaan.

Nieuwe Autoriteit

Het Atlas College kiest voor de weg van Nieuwe Autoriteit. Dit betekent dat het domein Klassieke Humaniora ervoor kiest om …

  • aanwezig te zijn en te blijven in het leven van de leerlingen, ook als het moeilijk loopt;
  • de leerlingen aan te leren zichzelf onder controle te houden en bewust, pro-actief het eigen handelen vorm te geven;
  • te handelen als deel van een netwerk, verbindend in team en met ouders;
  • in een transparante sfeer te werken: iedereen merkt hoe we onze gezamenlijke autoriteit vormgeven;
  • altijd te streven naar verbinding met de jongeren: “Ik ben en blijf je opvoeder, ook als het moeilijk gaat laat ik je niet los.”;
  • zich te verzetten tegen iedere vorm van grensoverschrijdend gedrag op een niet-escalerende manier, krachtig en vastberaden, geënt op het 4-lademodel en het 5-lijnenmodel.

4-lademodel

Het 4-lademodel heeft als hoofddoel op een gepaste manier gewenst gedrag op school aan te leren. Een gepaste maatregel bij een overtreding houdt rekening met de ernst ervan en zet de overtreder ertoe aan om de fout goed te maken en die in de toekomst te vermijden. Het model deelt overtredingen in 4 categorieën op: 4 lades. In elke lade zitten verschillende maatregelen om gepast te reageren.




5-lijnenmodel








LIJN 0: de medeleerling
Leerlingen worden ingeschakeld voor het verstrekken van hulp aan medeleerlingen. Op deze manier worden ze gestimuleerd om bij problemen een gedeelde verantwoordelijkheid op te nemen.

LIJN 1: de vakleraar
De vakleerkracht is de spil van zijn eigen les. Hij staat het dichtst bij de leerling én heeft expertise als het gaat over de drie begeleidingsterreinen: leren kiezen, leren leren en socio-emotionele begeleiding (een luisterend oor hebben en doorverwijzen naar de juiste instanties indien nodig).

LIJN 2: de klastitularissen
De klastitularissen zijn twee sleutelfiguren in het ruimer klasgebeuren. Zij onderhouden de contacten met de verschillende actoren: de leerlingen en hun ouders, de vakleerkrachten, het leerlingensecretariaat, de leerlingbegeleiding en de directie. De klastitularissen zorgen voor het persoonlijk welzijn van elke individuele leerling en observeren het groeiproces binnen hun eigen vak(ken) en uiteraard ook binnen de klas.

De klastitularissen zijn optimaal op de hoogte van de persoonlijke situatie van de betrokken leerlingen. Voor de klastitularissen is met andere woorden een belangrijke rol weggelegd op vlak van begeleiding van de leerlingen. Zo zullen zij de problemen binnen de klasgroep trachten te detecteren en, indien nodig, tijd vrijmaken om een klasgesprek of een individueel gesprek te voeren. Indien de problemen van die aard zijn dat ze door de klastitularissen niet meer opgenomen kunnen worden, dan worden ze pas doorgegeven aan de leerlingenbegeleiding.

LIJN 3: de leerlingenbegeleiding
De leerlingenbegeleider in de school steunt en adviseert vanuit zijn deskundigheid de collega’s. Bij specifieke problemen kan hij zelf de leerling begeleiden. Deze personen kunnen ook als cel of werkgroep hun ondersteuningstaak opnemen.

LIJN 4: de (graad)coördinatoren
De (graad)coördinator is de persoon die in samenwerking met de directie en de leerkrachten de beleidslijnen uitzet (voor zijn graad). Hij bemiddelt tussen leerlingen, tussen leerkrachten en leerlingen en eventueel tussen ouders en leerkrachten of tussen leerlingen en hun ouders. De (graad)coördinator werkt ook nauw samen met het CLB, de GON-begeleiders, doventolken en externe diensten. De (graad)coördinatoren worden bijgestaan door leerlingenbegeleiders en studiegebiedverantwoordelijken waardoor er altijd een aanspreekpunt is voor ouders en leerlingen.

LIJN 5: de directie
De directie is in de eerste plaats de bezieler van het pedagogisch project van het onderwijs in de school. Zij zijn de leidinggevende figuren in de school die het onderwijskundig proces richting geven. Zij bewaken de kwaliteit van het onderwijs door samen met het team een visie te ontwikkelen op het lesgeven door leraren en het leren van de leerlingen in de school.

De directie bevordert de actieve participatie van alle partners van de school in besluitvorming en uitvoering om een positieve leercultuur te bevorderen. Zij zijn eveneens de administratieve managers, de eindverantwoordelijken voor het functioneren van de school als geheel.

De directie delegeert, geeft de bevoegde instanties verantwoordelijkheden en zorgt voor een vlotte doorstroming van info naar al de betrokkenen. Dit alles wordt gecontroleerd, geëvalueerd en bijgestuurd.

Kom jij binnenkort ook bij ons?

Schrijf je in